Algemeen

Lampie: De barre tocht

“Opa, wat is het verst dat je ooit gefietst hebt.” Mijn kleinzoon is op zijn pas verworven fiets gestapt. Berend-Jan Brunink heeft hem aangeraden rustig te beginnen, maar de boodschap is terzijde gelegd. De gewenningsperiode naar het forsere rijwiel is ultrakort. Het vertrouwen in de fiets groot. Het vertrouwen in eigen kunnen gaat mijlen verder. “Ik kan hier een heel eind op fietsen zonder moe te worden”, zegt het mannetje en schakelt van twee naar drie.

Enthousiasme prima, maar overmoed is fataal. “Rustig aan, je moet eerst wennen.” “Ben ik al. Wanneer gaan we een eind fietsen?” Een rondje via het betonnen pad door landelijk Varsen en via de stuw, met daar een ijspauze en plasstop, om vervolgens via Vilsteren terug te keren lijkt me ver zat. Als je het volhoudt gaan we naar Toscane. “Mag ik drie bolletjes?” “Nee, twee!” Ik moet en zal het laatste woord hebben.

“Opa, wat is het verst dat je ooit gefietst hebt?” “Zwolle.” “Niet verder?” “O nee, Steenwijk.” Het was geen opscheppen, ik heb inderdaad zo’n vlaag van verstandsverbijstering gehad. Ach…, iedereen maakt fouten. Ik had het alleen onder de pet moeten houden. “Ik wil ook naar Steenwijk fietsen!” “Dat is te ver voor die kleine wielen van je en die korte beentjes.” “Als jij het kan, kan ik het ook”, bluft het kereltje. “Oké”, hoor ik mezelf zeggen. Een boks, als verzegeling van de belofte.

Later worden moeder en oma bijgepraat. Die kijken me meewarig manier aan. Een mengeling van ongeloof, medelijden, maar ik bemerk ook een verwijt van roekeloosheid. “Weet je hoe ver dat is?” “Net zo ver als met de auto”, bluf ik, maar besef plots dat ik geen achttien jaar meer ben. Denkend aan de afstand schiet het me spontaan in de rug. Wat heb ik beloofd…, domoor. Spijt…, maar ja, wie a zegt moet ook b zeggen. Ik heb gezworen dat ik voor mijn zeventigste kruisje en mits gevrijwaard van lichamelijk ongemak, niet op zo’n valse fiets wil zitten, zo’n elektrische geval. Ook niet op een elektrische stoel trouwens, maar dat is een ander verhaal. Wel heb ik een elektrische tandenborstel, maar dat is op aanraden van mijn mondhygiëniste, die mij verdenkt van laks en onzorgvuldig schrobben.

Op de uitverkoren dag werden we uitgezwaaid door vrouw, oma, dochter en moeder – vier functies, maar twee personen hoor. Ja, de telefoon was opgeladen en we kregen zoveel drinken en broodjes mee, dat ik voor alle zekerheid vroeg of het goed begrepen was, Steenwijk dus, niet Stockholm. Een dikke kus en daar gingen we, met als laatste mededeling, “bellen hoor, als het niet gaat, dan kom ik jullie halen met de bus.

Op de Balkerweg begon het gesodemieter al, “Opa, met losse handen”, en “Wie het eerst bij het bordje Witharen is!” Aan ‘The long and winding road’ leek geen eind te komen, tot na meer dan 42 kilometer het blauwe bord Steenwijk opdoemde. En ja, na een krachtige, herstellende macaronischotel van de vrouw die mij het levenslicht schonk ook weer om! De bikkels hebben de barre tocht overleefd, maar nooit en nooit weer…

 

|Doorsturen

Uw reactie


Uitgelicht


Meest gelezen

Columns en vaste rubrieken

112

Sport

Politiek

Uit

Digikrant




Agenda

Weer