Algemeen

Lampie: November

“Wees er op verdacht dat er wel eens een buitje kan vallen”, waarschuwt mijn vrouw tevergeefs. “Ha, ha, doe niet zo gek. Regen…, in Ommen…, nee, hier valt geen regen. Ben ik niet bang voor.” 

Ik wuif haar welgemeende raad weg. “Angst en geld heb ik nog nooit gehad.” Stoer gewauwel. Voel me niet jofel. Stram. Stijve rug. Goed dat ik laarzen aan trek en geen schoenen. Hoef ik niet zo ver te bukken. Pak ze bij de schacht en wurm mijn voeten in het rubber. “Tot straks meisje”, en roetsjjj, weg ben ik. Guttegut…, regen…, kom op, tegenwoordig word je alleen onder de douche nat. Met het hengeltje in de hand spring ik op de Union Flamingo. Goed fietsje, niks mis mee, alleen de naam van het model. Flamingo. Vernoemd naar die domme, roze steltlopers. Was de fiets roze, dan had ik ‘m nooit gekocht. Roze is toch een homokleur. Nee, nee, heb ik niks tegen hoor, maar ook niks mee. Moet iedereen lekker zelf weten. Ik vind het geen mooie kleur. Hooguit voor een babykamer. Of als toplaag voor een tompouce. Kan toch?

Euh…, waar hadden we het over? O ja, op de Union de straat uit. Het hemeldek was van opaal. Gelardeerd met grijs. Gelijk marmer. Maar och, regen…? Nee toch. Maar ik had beter naar mijn echtgenote moeten luisteren. Of naar de radio. Waar Axl Rose zat te huilebalken over regen in November. Natuurlijk, vervelende maand. Bootjes uit de Vecht. Klok een uur terug. Vroeg donker. De feestdagen nog ver weg. Shit, het wordt steeds beroerder. De druppels worden dikker.

Tja, herfst. De krentenstruik heeft zijn laatste kleurige bladeren laten vallen. Kale bende. Bomen zetten geen pruik op. Ze zien er een paar donkere maanden lang niet uit. Van de berk dwarrelen gouden dukaten, althans als je de ogen toeknijpt en je verbeelding de vrije loop laat. Eenmaal op de grond verflenst het goud razendsnel. Vlaamse gaaien kibbelen om een verdwaalde eikel. Domme schreeuwlelijken. Verstoppen hun buit en weten later niet meer exact waar. Niet zo erg, want op de vergeten stek piept in het voorjaar een prille loot. Ach de eik, ten tijde van de Germanen een heilige boom, nu slechts gewaardeerd als kachelhout, het brandt zo lekker lang.

Balen. Ik ben niet op regenbuien gekleed en zeiknat. Waardeloze sessie. Op naar thuis. Als een verzopen kat. “Ik heb je nog gewaarschuwd…”, begint mijn vrouw lachend. “Ssst…, eventjes niks zeggen”, waarschuw ik, de wijsvinger voor de mond. “Reik me liever even een handdoek aan.” Een kwartiertje later zit ik aan de koffie. Joggingbroek aan en een droog shirt. De Stentor voor mijn neus en een muziekje op de achtergrond. ‘Lifting the mask from a local clown/Feeling down like him/Seeing the light in a station bar/And travelling far in sin’, zingt Nick Drake. De stem van de herfst. Mijn echtgenote ontvlucht de kamer. Om aan een depressie te ontsnappen zegt ze. De sombere, trieste overpeinzingen van de verlegen, onbegrepen zanger zijn aan haar niet besteed. In de tuin dwarrelt een blad van de hazelaar…

|Doorsturen

Uw reactie


Uitgelicht


Meest gelezen

112

Sport

Politiek

Uit

Digikrant




Agenda

Weer