Ommen Regio

Lampie: Gotcha!

De Belten. Een stukje bos, gelegen tegenover camping Calluna. Soms is het in dat onzalige woud niet pluis. Dan tijgeren er militairen door het struikgewas of wachten sluipschutters je op achter een dikke den. Je bent je leven niet veilig!

Gekheid natuurlijk. Maar niet helemaal. Op locatie mag je tussen de naaldbomen oorlogje komen spelen. Lasergamen. Echt iets voor stoere kereltjes. Van die haantjes. Zoals mijn kleinzoon. Mijn dochter heeft er alles aan gedaan om militaire toestanden en geweren bij hem vandaan te houden, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Elkaar besluipen, beschieten, dat is wat jochies spannend vinden. Leuk man, in een camouflagepak van Douwe’s Dump, met je vriendjes in het bos, met laserguns oorlogje spelen bij Gotcha. Dat moest het worden. Het ultieme jongenspartijtje.

Op de grote dag had deze opa, drie opgewonden knapen in de auto, die het prachtig vonden dat die oude chauffeur door flink gas te geven een grote stofwolk deed ontstaan om uit het zicht te blijven van de slome achtervolgers. De instructeur, geselecteerd op zijn heldere stem en engelengeduld, trachtte het opgeschoten spul de spelregels bij te brengen. “Hier, in de kraal, wordt niet geschoten.” Pang, pang, pang! “Ik herhaal, wordt niet geschoten”, met stemverheffing. Opgewonden kreten en rode konen van opwinding. Eindelijk het verlossende woord. “Vluchten maar!” Tien mannetjes in het groen, onderverdeeld in vluchters en jagers. De vluchters stoven het bos in. Na een tijdje kwamen ze een voor een met gebogen hoofd, bezweet en de gun hangend in de arm naar de kraal. Dood. Of nee, af!

Mijn gedachten dwaalden af naar mijn eigen diensttijd. Diep in de vorige eeuw. Als verbindingsman had ik geen lasergun, maar een karabijn. Ik heb me de arm uit de kom gepoetst op dat kreng. Meer poetsen als schieten. Als voetballer wist ik wel hoe ik moest vallen, bij het bevel ‘dekking’. Stuntelaars vielen op hun scrotum en kregen er verbaal van langs van de sergeant. Met kermen verraad je de positie aan de vijand en dan ben je er geweest. Nu zag ik van mannetjes in iets te grote camouflagepakken door het bos rennen. “Nooit dekking zoeken achter een struik, daar fluiten de kogels doorheen, altijd achter een dikke boom”, fluisterde ik mijn kleinzoon toe.

Urgente zaken zijn me toch bij gebleven uit die tijd. Zo mag ik de dood constateren als hoofd en romp minimaal een meter van elkaar gescheiden zijn, herinner ik me nog uit het ‘Handboek van de Soldaat’. Nu lag in het leger geen carrière voor me weggelegd. Geen talent. Ik volg bevelen niet blindelings op, maar vraag me af wat de achterliggende gedachte is. Dat schiet niet op. Van mijn dochter mocht mijn kleinzoon lang geen pistolen, geweren en andere wapens, maar dat hou je niet tegen. Bezweet en na elkaar diverse keren van de sokken te hebben geschoten kwam het spul uithijgen op het bankje bij opa. Patat en cola na, fout, fout, fout, maar o, wat hebben die mannetjes genoten…

|Doorsturen

Uw reactie


Uitgelicht


Columns en vaste rubrieken

Meest gelezen

Digikrant

Nieuwspoll






Agenda

Weer